Home » Veranderkundig » Coping van docenten in onderwijsinnovatie

Coping van docenten in onderwijsinnovatie

Alésha ten Berge  (Twynstra Gudde) deed onderzoek naar de opstelling van docenten in onderwijsinnovatie. Deze onderwijsvernieuwingen brengen diverse organisatorische consequenties met zich mee, maar vragen ook om een rol- en gedragsverandering bij docenten. Haar valt op dat er in praktijk doorgaans slechts een kleine groep docenten actief en enthousiast bezig is met het vernieuwen van het onderwijs, de ‘pioniers’. Een veel grotere groep, het peloton, is terughoudender en/of negatiever.

Alésha en Marc van Leeuwen schreven een blog over dit onderwerp, waarin ze beschrijven: “We hebben ontdekt dat onderwijsvernieuwing vrijwel altijd spanning oplevert, zowel tussen docenten onderling als tussen docenten en leidinggevenden. Bestaande kaders en werkroutines dienen immers te worden losgelaten en dat levert onzekerheid op. De vraag is hoe met deze spanningen om te gaan. We hebben gezien dat in sommige teams ontstane spanningen alle energie uit de vernieuwing wegtrekken, waardoor jammer genoeg niet het beste uit een team naar boven komt. Desalniettemin blijken er ook teams te zijn waar spanningen juist opgezocht en productief gemaakt worden. Door verschillen tussen docenten te (h)erkennen en benutten, kan ogenschijnlijke ‘weerstand’ leiden tot krachtige vernieuwing. Onderstaand model uit ons onderzoek kan helpen deze verschillen te duiden (Ten Berge, 2016).”

Ze vervolgen: “Een belangrijk uitgangspunt in ons onderzoek is dat ‘dé docent’, waar veel over gesproken wordt, niet bestaat. Zoals in het model te zien is bestaan er verschillende (uitersten van) gedragingen van docenten tijdens onderwijsvernieuwing. Overeenkomstig met de verticale as van het model zien we bijvoorbeeld enerzijds docenten die hun schouders ophalen en verder gaan met hun (eigen) werk als er zich ‘alweer’ een vernieuwing voordoet; oude wijn in nieuwe zakken, even rustig laten overwaaien. Anderzijds zien we ook docenten die geprikkeld worden door vernieuwing, opstaan, in beweging komen en vernieuwing aanjagen. Kortom; er kan onderscheid gemaakt worden tussen docenten die een passieve houding aannemen en docenten die zich actief opstellen.

Het onderscheid tussen actieve en passieve gedragingen zegt nog niets over wat docenten van vernieuwing vinden, maar onze ervaring leert dat (onderwijs)professionals hun mening snel gevormd hebben. Zoals we in het voorgaande aangaven, worden sommige docenten enthousiast van het idee. Zij zijn er nieuwsgierig naar, terwijl andere docenten het maar niets vinden. Dit enthousiasme en deze weerstand kunnen zowel passief als actief van aard zijn, zoals wordt weergegeven op de horizontale as van het model. In het onderzoeksrapport ‘Flexibiliteit als activiteit’, kunt u meer lezen over verschillende (verklaringen voor) gedragingen van docenten tijdens onderwijsvernieuwing.

Onze ervaring leert dat de verschillende gedragingen van docenten bij leidinggevenden en initiatiefnemers een primaire reflex oproepen. Bij actieve weerstand, linksboven in het model, is men geneigd geduldig alle voordelen en kansen van de vernieuwing uit te leggen. Beide partijen proberen elkaar te overtuigen, maar dat levert uiteindelijk weinig concreets op. De uitdaging is om ‘creatief’ om te gaan met deze spanning, om deze te activeren en niet uit de weg te gaan. Zodoende kan het risico voorkomen worden dat in onderwijsteams het gesprek over onderwijsvernieuwing niet in gezamenlijkheid gevoerd wordt, bijvoorbeeld tijdens teamvergaderingen, maar ‘backstage’ op de wandelgangen en in de docentenkamer door individuele docenten.”

 

Klik op deze link om de hele blog te lezen. Ook kunt u het gehele onderzoeksrapport downloaden.

 

 

 

SHARE WITH FRIENDS:  
        
          

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*

Spring naar werkbalk